Lectoraat Infratecture
Dit lectoraat richt zich op het ontwerpen van infrastructuur met als doel het opzetten van een center of expertise infratecture op RDM campus. Dit COE infratecture is zowel een digitaal als een fysiek centrum waar experts op dit specifieke werkveld samenkomen en kennis verzameld, ontwikkeld en gedeeld wordt.
 LinkedIn Group Infratecture >> ![]()
Gedachtegoed Infratecture |
Afsluitdijk
De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos,
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken van twee matrozen,
die bedwongen gapen en later, na een kort en lenig rekken,
onschuldig op elkanders schouder slapen.
Dan zie ik plots, als waar ‘t een droom,
 in ’t glas ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken,
soms duidelijk als wij, dan weer in zee
 verdronken de geest van deze bus;
het gras snijdt dwars door de matrozen heen.
Daar zie ik ook mezelf.
Alleen mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak het,
een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin aan deze tocht,
geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.
(Vasalis. uit: Parken en woestijnen (1940))
 
Infrastructuur is iets van alle dag.
Overal om ons heen aanwezig.
Onder onze voeten en onze wielen.
In ons blikveld en aan onze horizon.
We gebruiken het elke dag, als vanzelfsprekend, zonder er bij na te denken. Een dagelijks gebruiksgoed waar we niet van weten wie het bedacht heeft, wie het betaald, wie het gemaakt heeft, wie het onderhoudt, van wie het is.
Infrastructuur biedt mensen bewegingsvrijheid, conditioneert beweging en gaat aan verstedelijking vooraf. Infrastructuur is meer dan enkel een functionele constructie. Het ontwerp vergt meer dan rationeel denken. Ontwerpen van infrastructuur is een vak, een vak dat de grenzen van disciplines overstijgt. Ontwerpen van infrastructuur is een transdisciplinaire activiteit, een ontwerpkunde die zich verhoudt tot vele sectorale disciplines.
Ontwerpen van infrastructuur is een culturele opgave.
infratecture staat voor het ontwerpen van infrastructuur.
infratecture is geen architectuur of stedenbouw.
infratecture is geen verkeerskunde of civiele techniek.
infratecture is geen constructiekunde of projectmanagement.
infratecture is de kunst van het ontwerpen van infrastructuur.
Infratecture betreft het ontwerpen en realiseren van infrastructuur, het geheel van auto-, spoor-, waterwegen, havens, vliegvelden, knooppunten, enz. Een bijzonder fenomeen, infrastructuur. Het gaat aan verstedelijking vooraf, het biedt de mens bewegingsvrijheid, zorgt er voor dat goederen op hun plaats van bestemming gebracht kunnen worden, conditioneert de beweging.
Infrastructuur maakt mogelijk en beperkt gelijktijdig.
De functionele dimensie van infrastructuur is wellicht haar reden van bestaan, de aanleiding, het doel, maar de betekenis van infrastructuur overstijgt dit functionele niveau. De complexiteit van de infrastructurele opgave ligt op het culturele vlak. De culturele dimensie van infrastructuur zit in het alledaagse, het gewone, in het alom aanwezige en daardoor in het bijzondere. Zonder infrastructuur geen westerse samenleving. Infrastructuur dicteert bewegingsmogelijkheden en geeft vorm aan lokale mobiliteitsidentiteit. De openbare ruimte maar ook de snelheid en manier van bewegen in Venetië is duidelijk anders dan Los Angeles. Het gedrag van mensen is daardoor anders, de aard van de bewoners is anders ...
Mobiliteitsidentiteit verschilt per plek.
Infrastructuur geeft vorm aan onze samenleving, maakt beweging mogelijk, lokt interactie uit, laat ontmoetingen en uitwisseling ontstaan. Opvallend daarbij is te bedenken dat de meest mobiele samenlevingsvorm die we kennen, de nomaden, niet beschikken over infrastructuur. De steppe is hun terrein van verplaatsing maar gelijktijdig ook van ontmoeting, voortplanting, voedsel, etc. De meeste samenlevingsvormen die we kennen zijn echter gesetteld op plaatsen waar beweging samen komt: een dam in een rivier, een rivierdelta, een dal tussen twee bergpassen zijn de geëigende plekken waar nederzettingen zijn ontstaan. Waar samenlevingen zich letterlijk ‘neder-gezet’ hebben. Waar infrastructuur nederzettingen mogelijk heeft gemaakt, infrastructuur ontwikkelingsmogelijkheden biedt voor nederzetting, vormen overbelaste infrastructuren gelijktijdig barrières en groeibeperkingen voor nederzettingen.
Infrastructuur verankerd een samenleving.
Maar waar komt infrastructuur eigenlijk vandaan, waarom is infrastructuur gerealiseerd? Mensen kunnen slechts lopen om te bewegen. We kunnen wapperen met onze armen wat we willen maar vliegen kunnen we niet. De voeten brengt de mens op ‘gaans’ afstand, met een (gemiddelde) snelheid van 5 km/u, als individu. Willen we verder, sneller of ons in groepen voortbewegen dan zijn we afhankelijk van een dier of we hebben daarvoor voertuigen bedacht. Slimme hulpmiddelen. Deze voertuigen maken verplaatsingen over grotere afstand, op grotere snelheid, in grotere getale mogelijk. Dit geldt zowel voor mensen als voor goederen. Maar voertuigen vergen specifieke infrastructuur. De trein komt zonder rails geen centimeter vooruit. Het vliegtuig kan zonder airstrip niet vliegen. De auto kan optimaal gebruikt worden als lange asfaltlinten de weg wijzen. Fietsen in een zandwoestijn is zinloos. De hang naar snel, ver en meer vergt een wereldomvattend netwerk van verschillende infrastructuren. Deels autonoom, deels integraal, op specifieke locaties met elkaar verknoopt.
Lopen kunnen we zelf, voor andere verplaatsingen zijn we afhankelijk.
Afhankelijk van voertuigen, afhankelijk van infrastructuur. Van ezelpad naar karrenspoor is een kleine stap. Een groot deel van het ons bekende netwerk is op een haast organische wijze ontstaan. Kleinschalige verbindingen zijn aan elkaar gesmeed, verbreed, verhard, omgeleid en uitgebouwd tot een uitgebreid netwerk. Met de industrialisering, de mechanisering en het modernisme is infrastructuur een te plannen goed geworden. Een product van nadenken, ontwerpen, beslissen, investeren, aanbesteden, realiseren en onderhouden. infratecture is een vak geworden, een kunde. Als discipline bevindt het zich in het krachtenveld van de ruimtelijke ordening. Ontwerpen van infrastructuur is geen vak voor eenlingen, maar voor vakmensen die de andere disciplines opzoeken, begrijpen, helpen hun doelen te verwezenlijken. infratecture is geen architectuur of stedenbouw, geen verkeerskunde of civieltechniek, geen constructiekunde of projectmanagement.
Infratecture is de kunst van het ontwerpen van infrastructuur.
Een infratect zoekt de andere disciplines op, zoekt input, neemt de eisen vanuit veiligheid, functionaliteit, efficiency, kosten serieus. Een infratect neemt geen genoegen met eisen, wetgeving, beperkingen, restricties. Een infratect is zich bewust dat er meer is. Hij gaat verder dan het rationeel functionele. Een infratect overstijgt het functionele door context, emotie, ambiance, sociale- en culturele waarden in zijn afwegingen en ontwerpkeuzes mee te nemen. Een infratect geeft vorm aan de eisen, wensen en dromen van de ander.
Een infratect geeft vorm aan beweging.
Infratecture is per definitie transdisciplinair. Alleen stel je in de wereld van de infratecture niets voor. Een infratect verstaat de kunst om de kennis en energie van andere disciplines binnen de ruimtelijke ordening te respecteren, te begrijpen en ten volste te benutten. Hij/zij is daarbij als geen ander in staat de restrictieve energie van een veiligheidsdeskundige als uitdaging en inspiratie te zien, de rationele berekende kennis van een constructeur te benutten als input voor een creatief proces. De infratect kan verkeerskunde, architectuur, stedenbouw samenbrengen.
Een infratect is een integrator.
Infratecture kent een veelheid aan opdrachtgevers en besluitvorming gaat over vele schijven. Het speelt zich op het politieke, dus democratisch, dus steeds wisselend speelveld af en kent diverse financieringsbronnen. Een infratect moet plezier ontlenen aan deze diversiteit in opdrachtgeverschap, wisselingen in politiek, gelaagde besluitvorming en veelheid van financieringsbronnen en in staat zijn te opereren in een versplinterde context.
Infratecture: politiek, besluitvorming, hoge kosten en traag.
Specifiek aan het vak van de infratect is dat, in tegenstelling tot het ontwerpen van een villa of woonblok, de gebruiker anoniem en tegelijkertijd iedereen is. De gebruiker wordt uitgedrukt in getallen. De weg moet een capaciteit hebben van 56000 mvt/e (motorvoertuigen per etmaal). Deze 56000 mvt/e zijn echter 56000 bestuurders! Echte mensen met echte gevoelens, gedachten, emoties. Vaak zitten ze niet alleen in dat motorvoertuig. In totaal gebruiken misschien wel 75000 mensen per etmaal die weg. Uitgaande van een levensduur van 40 jaar zullen dus 1,1 miljard mensen ervan gebruik maken, door dezelfde bocht rijden, het uitzicht bewust of onbewust waarnemen, de ribbelstrook in het stuur voelen. Infrastructuur om van A naar B te komen maar gelijktijdig een zintuigelijke ervaring uitlokkend. De infratect neemt rekenschap van deze realiteit. De infratect is zich bewust van de betekenis die zijn/haar ontwerpkeuzes voor een individueel mens kunnen hebben. Een betekenis die het rationele / functionele overstijgt.
De gebruiker lijkt anoniem, maar de infratect weet beter.
Infrastructuur als openbaar bezit, van iedereen, voor iedereen. Het algemene belang dat infrastructuur dient, druist echter in tegen het individuele belang van een omwonende. Iedereen is voor zijn dagelijks functioneren, voor zijn alledaagse behoeften en voor de talrijke dagelijkse contacten afhankelijk van infrastructuur. Maar weinigen zullen echter als consequentie daarvan die infrastructuur voor de deur willen hebben. ‘Nimby’ (not in my backyard) viert hoogtij in infraland. Een spoorlijn is om van A naar B te komen, met veel mensen tegelijk, met een hoge snelheid. Efficiënt en comfortabel voor de reizigers. Voor de realisatie van een spoorlijn zijn de mensen waar je het voor doet, de reizigers van A en B, niet of nauwelijks bekend en te betrekken bij de opgave. De mensen tussen A en B, de mensen die niet of nauwelijks gebruik zullen maken van de spoorlijn, zijn de mensen die wel betrokken willen worden bij de opgave.
Inspraak als tegenspraak.
Het overwinnen van weerstand is een tijdrovende bezigheid, een spel dat zich afspeelt op een duidelijk speelveld onder een regime van procedures, regelgeving, wetgeving. Infrastructuur kent een enorme traagheid. De ruimtelijke en sociale impact van infrastructuur is dermate groot dat zorgvuldige afwegingen noodzakelijk zijn, vastgelegd in zorgvuldige procedures en wetgeving. Investeringen zijn dermate groot dat zorgvuldige afwegingen gemaakt moeten worden. Keuzes hebben een enorme impact zodat voorkeuren, wensen, verlangens goed uitgezocht moeten worden. De proceduretijd van een snelwegverbreding vergt jaren, van een nieuw tracé decennia. Een uitbreiding van een metronetwerk met enkele kilometers vergt, van idee tot opening, al gauw 15 jaar.
Een infratect begrijpt traagheid.
Infrastructuur is extreem duur. Nederland is een delta en de zachte ondergrond in de Randstad van Nederland is extra ongunstig voor levensduur, aanleg- en onderhoudskosten van infrastructuur. Het infrastructuurnetwerk, zoals we dat nu kennen, vertegenwoordigt een enorm kapitaal. Alleen al de herbouwwaarde van de Nederlandse infrastructuur loopt in de honderden miljarden euro’s. Het toevoegen van slechts enkele procenten snelweg aan het bestaande netwerk vergt een miljardeninvestering. Het bestaande netwerk is het kapitaal waar op gebouwd kan worden. Uitbreiden van dat netwerk, hoe grootschalig ook, zal altijd beperkt blijven tot toevoegen van slimme schakels, opdikken van het bestaande, van kleur laten veranderen van een link.
Een infratect denkt in netwerk, handelt in schakels.
 
Infratecture verstaat de kunst vorm te geven aan het gewone, aan het functionele, aan het anonieme. Infratecture verstaat de kunst om condities te scheppen voor stedelijke ontwikkeling. Infratecture verstaat de kunst vorm te geven aan cultuur.
Zoals in het begin aangegeven bevat deze uitgave een eerste gedachtegoed infratecture. Overpeiningen, observaties, ambitie. Dit gedachtegoed zal in de vierjarige lectoraatsperiode verder ontwikkeld worden. U wordt van harte uitgenodigd hieraan bij te dragen.
Voor bijdragen, ideeën, suggesties en vragen kunt u contact opnemen met Marc Verheijen, lector infratecture of met kenniscentrum Sustainable Solutions RDM, Hogeschool Rotterdam.
www.transurban.nl  www.infratecture.net
Linkedingroup: infratecture
 m.p.a.m.verheijen@hro.nl
Deze tekst kun je in boekvorm opgestuurd krijgen. Stuur een mailtje naar t.h.j.ten.zweege@hr.nl.






